kropgezwel
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een zwelling in de hals ontstaan door een vergrote schildklier25 26 Hij had tekeningen laten maken van de mensen die hij daar zou hebben ontmoet: een oude, kromgegroeide vrouw met een stok, die maniakaal grijnsde, tanden miste en een gezicht vol wratten had; een man met in zijn hals een kropgezwel zo groot als een kokosnoot - en hij vertelde dat dat het voorland van het menselijk ras was als er geen maatregelen werden genomen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek