kringelen
/ˈkrɪŋələ(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) zich in cirkels blijven bewegenDe rook kringelde boven de kampvuren omhoog.Een dag later, lopend door een brede kloof, zag ik een rookpluim in de verte omhoog kringelen.
Etymologie
*van het Middelnederlands cringelen; kan worden opgevat als (freqtt) kringen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek