krijgsmacht
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkrɛixsmɑxt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (militair) een overheidsdienst die de veiligheid bewaakt door middel van land-, zee- en luchtmachtDe Nederlandse krijgsmacht heeft al meerdere keren bewezen dat deze goed functioneert.Ook binnen de NAVO is er enthousiasme voor de toetreding van beide landen. "Qua krijgsmacht wordt de NAVO zeker versterkt", zegt Sabine Mengelberg, universitair docent Internationale Veiligheidssamenwerking aan de Nederlandse Defensie Academie. "Finland is een democratisch land, een rijk land, met een sterke krijgsmacht. Dat is zeker een aanwinst voor de andere NAVO-landen."
Etymologie
* In de betekenis van ‘gehele gewapende macht’ voor het eerst aangetroffen in 1637
Vertalingen
Engelsarmed forces
Fransforces armées
DuitsKriegsmacht
Spaansfuerzas armadas
Portugeesforças armadas
Poolssiły zbrojne
Zweedsstridsmakt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek