krieken
/ˈkrikə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) (verouderd) een herhaald hoog geluid voortbrengen dat niet erg luid klinkt{{ouds
- (inerg) (figuurlijk) (van het zonlicht, de dageraad, de ochtend, de morgen of de dag) allereerste begin vertonenSpeciale eenheden van de Duitse politie hebben de gewoonte om bij het krieken van de dag bij hun verdachten op de stoep te staan, en dat ondervond ook de hoofdredacteur van het extreem-rechtse tijdschrift Compact, Jürgen Elsässer.
Etymologie
*: "kriek" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek