kribbebijter
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (dierkunde) een ezel of paard met de ondeugd om aan de voerbak of staldeur te knagenGeef het paard geen suikerklontjes, anders wordt het een kribbebijter.
- (psychologie) een chagrijnig persoon die met iedereen overhoop ligtIs er nu alweer heibel met die vent, wat is het toch een kribbebijter.
Etymologie
* van kribbebijten
Vertalingen
Engelscribe-biter, grumbler
Fransâne tiqueur, cheval tiqueur, querelleur
DuitsKrippenbeißer
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek