krachtpatserij

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het duidelijk tentoonstellen van de kracht die men bezit
    In menig sprookje en in veel bruidwervingsverhalen spelen typisch mannelijke gedragsvormen als bluf, bravoure krachtpatserij en geweldpleging een voorname rol.

Etymologie

* afleiding van krachtpatser