krach
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (economie) ineenstorting van een handelshuis of bank, die een crisis veroorzaaktDe krach op oliemarkt volgt op Saoedische wraak op Rusland.
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘ineenstorting van beurs’ voor het eerst aangetroffen in 1912
Vertalingen
Spaansbancarrota, quiebra, quiebra financiera
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek