koterij

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. schuurtjes, hokken en duivenhokken die aan de achterzijde van woonhuizen worden aangebouwd
    De onaanzienlijkheid van de Vlaamse koterij zal in planologen en rijksbouwmeesters gevoelens van afschuw wekken, voor mij is het het model voor goed leven; het gerommel, het gescharrel, de mens die maar zo’n beetje aanklooit. NRC Tommy Wieringa 12 maart 2011 [https://www.nrc.nl/nieuws/2011/03/12/vlaamse-halflandelijkheid-12004484-a187628 Vlaamse halflandelijkheid]

Etymologie

*Afgeleid van kot