woorden
boek
Start
›
K
›
koteraar
koteraar
mannelijk/vrouwelijk (de)
//
Betekenis
zelfstandig naamwoord
een ijzeren stang om het vuur op te porren
iemand die kotert (peutert)
Etymologie
* van koteren
Synoniemen
koterhaak
pook
rakel
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← koter
koteraars →