korist

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zanger in een koor
    Pieter Jan Leusink dirigeerde een elfkoppig orkest en negen koristen, door als een krankzinnige met zijn armen te maaien en oergeluiden uit te stoten.
    De onderwijzeres is een voormalige koriste van Elton John en benadrukt dat het voor een jong meisje belangrijk is om 'het wandelen met hakken zo snel mogelijk onder de knie te hebben'.

Etymologie

* afleiding koor