koorlid
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een lid van een groep zangersDe ene helft van Nederland zit uren met een houten kont in een kerkbank, de andere helft pijnigt week in week uit de stembanden. Passie voor de Matthäus Passion. Meedoen aan dat muziekstuk is de droom van bijna alle hobbyzangers. Koorleden vertellen waarom.de Telegraaf MARIE-THÉRÈSE ROOSENDAAL 07 apr. 2017In de laatste minuten pleegde Auerbach een coup. Nog één keer kwamen de engelen voorbij, in snelle opeenvolging, maar nu van achter naar voor. Koorlid Gilad Nezer reciteerde hun namen als een joodse cantor, andere stemmen vielen bij. Steeds zachter klonk het, tot ook de laatste, eenzame saxklank smolt. In het Amsterdamse Muziekgebouw aan 't IJ was de troost opeens tastbaar.Volkskrant Guido van Oorschot 5 november 2016
Vertalingen
Franschoriste
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek