kootje
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) benig lid van het geraamte van vingers en tenen voorbij de middenhands- of middenvoetsbeenderen van een gewervelde
Etymologie
*; Verkleinwoord uit koot.
Vertalingen
Engelsphalanx, phalange
Fransphalange
DuitsPhalanx
Spaansfalange
Italiaansfalange
Poolspaliczek
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek