konkelfoezen

/ˈkɔŋkəlˌfuzə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. stiekem met elkaar praten
    Dat was het NSO-afluisterstation bij Burum. Die schotels onderschepten het konkelfoezen van de hele wereld. Bijnaam: ‘It Greate Ear’ – Fries voor het Grote Oor. Mooi poëtisch, het klonk een beetje als het Boze Oog, of als het oor van de Grote Vriendelijke Reus.NRC Arjen van Veelen 26 november 2013
    Psst, heeft u het al gehoord? 75 Procent van de tijd zijn we bezig met roddelen, zo stond onlangs te lezen op de billboards van maandblad Quest. Driekwart van de tijd bent u aan het konkelfoezen over anderen!Volkskrant Maarten Keulemans 2 juni 2013
  2. op een stiekeme manier proberen een ruzie te veroorzaken
  3. frutselen, frommelen, knoeien