koningin-moeder

vrouwelijk (de)/ˌkonɪŋˈɪn ˈmudər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon (persoon) vorstin waarvan een kind regerend vorst is
    De Franse koningin-moeder Maria de Medicis bracht in 1638 een bezoek aan Amsterdam.

Etymologie

*, geschreven met een koppelteken volgens ; leenvertaling van "reine mère"