konijn
onzijdig (het)/koˈnɛin/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (haasachtigen) bepaald soort zoogdier dat ook gedomesticeerd kan worden gehoudenHet konijn at gras.Behalve dan dat de twee waarnemers zich, op het moment dat ze zo laag mogelijk gebukt vooruitkwamen, als konijnen lieten neerschieten. Eerst vielen er drie schoten en daarna een diepe stilte; de zaak was wat de vijand betreft afgedaan. {{Aut|Lemaitre, Pierre
- (astronomie) Chinees sterrenbeeldData voor het sterrenbeeld Konijn volgens de Chinese kalender: [...]
Etymologie
*via Middelnederlands "conijn" en "conin" van Latijn "cuniculus", een Iberisch leenwoord, dat in het moderne Frans vervangen is door "lapin", in de betekenis van ‘haasachtige’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Uitdrukkingen
- met de konijnen door de tralies kunnen eten
- bij de konijnen af
Vertalingen
Engelsrabbit
Franslapin
DuitsKaninchen
Spaansconejo
Italiaansconiglio
Portugeescoelho
Russischкроль, кролик
Chinees兔
Japans兎
Koreaans토끼
Turkstavşan
Poolskrólik
Deenskanin
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek