komijnekaas
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kaas met komijnzaad als smaakmakerMaar jij sprak wel Roemer in een Jumbo-supermarkt in Boxmeer? Dat was de C1000 in Budel. Schnabbeltje. Ik heb daar met Emile over komijnekaas gepraat. Emile is gek op komijnekaas. Wist je dat? Nee, voor mij was het ook nieuw. Ik las het later als quootje op AD.nl. Roemer gek op komijnekaas! Leuke vent die Roemer? Niet echt gesproken. Het was alleen voor de foto. En hoe weet je dat dan van die komijnekaas? Zelf verzonnen, maar zijn campagneteam vond het goed. NRC 8 september 2012De Waddeneilanden hadden via de Zuiderzee een directe verbinding met Amsterdam. Als de wind zo stond dat de schepen de Amsterdamse en Zuiderzeehavens niet rechtstreeks in konden varen, lagen ze eerst voor ree bij de waddenhavens. Daar ging vaak ook een deel van de lading aan wal: suiker, rum en specerijen, die hun weg vonden naar kruidenlikeuren en -bitters (zoals de Amelandse rumlikeur Nobeltje), Friese en Groninger anijs- en kruidkoeken en nagel- en komijnekaas. Volkskrant Loethe Olthuis 10 januari 2014
Etymologie
* In de betekenis van ‘kaas met komijnzaad’ voor het eerst aangetroffen in 1631
Vertalingen
Engelscummin cheese
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek