kogel
mannelijk (de)/ˈkoɣəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- loden projectiel gevuld met buskruit dat gebruikt wordt als munitie van een wapen
- (militair) rond of cilindervormig projectiel met spitse punt dat uit een vuurwapen wordt geschoten
- zware metalen bal die gebruikt wordt bij het kogelstoten
- stalen bol, vooral gebruikt in kogellagers e.d
- in meest algemene zin een bol
- (biologie) het uitwendige gewricht tussen pijp- of schuurbeen en kootbeen van een paard of rund
- dijspier van een slachtdier
Etymologie
* In de betekenis van ‘projectiel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599
Vertalingen
Engelsbullet, shot
Fransballe, projectile, projectile
DuitsKugel, Kugel
Spaansbala, bala
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek