kogel

mannelijk (de)/ˈkoɣəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. loden projectiel gevuld met buskruit dat gebruikt wordt als munitie van een wapen
  2. militair (militair) rond of cilindervormig projectiel met spitse punt dat uit een vuurwapen wordt geschoten
  3. zware metalen bal die gebruikt wordt bij het kogelstoten
  4. stalen bol, vooral gebruikt in kogellagers e.d
  5. in meest algemene zin een bol
  6. biologie (biologie) het uitwendige gewricht tussen pijp- of schuurbeen en kootbeen van een paard of rund
  7. dijspier van een slachtdier

Etymologie

* In de betekenis van ‘projectiel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599

Vertalingen

Engelsbullet, shot
Fransballe, projectile, projectile
DuitsKugel, Kugel
Spaansbala, bala