koe
vrouwelijk (de)/ku/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (evenhoevigen) (veeteelt) wijfje van het huisrund en van andere rundersoorten' 'Als het een koe is, waarom heeft hij dan horens?' Haar stem trilt.In Nederland worden ze afgezaagd omdat wij een koe als gebruiksvoorwerp zien waarmee we kunnen doen wat we maar willen.Nog steeds heeft de koe niet bewogen en ze kijkt een tikje gespannen voor zich uit.
- (bij uitbreiding) wijfje van andere grote zoogdieren, b.v. de walvis, neushoorn, olifant
- (dysfemisme) vrouw die iets doms of lomps doet
Etymologie
*(erfwoord), via Middelnederlands "coe" van Oudnederlands "kuo", in de betekenis van ‘vrouwelijk rund’ voor het eerst aangetroffen in 901; ontwikkeld uit Oergermaans nominatief *kūz, obliek *kwō-, uit Indo-Europees *gʷéh₃-u-s, obliek gʷh₃-u-, een afleiding van *gʷeh₃- ‘weiden’; cognaat met "Koh", "Kuh", "ko", "cow" en "kýr"
Uitdrukkingen
- de koe bij de hoorns vatten
- Dat is een waarheid als een koe — Dat is overduidelijk waar
- De koe bij de horens vatten — Met de lastige zaak beginnen
- Er is geen koe zo bont of er zit wel een vlekje aan — niets is perfect
- Iemand koeien met gouden horens beloven — iets moois beloven maar niet nakomen
- Je weet nooit hoe een koe een haas vangt — men kan altijd op onverwachte wijze tot een oplossing komen
- Men noemt geen koe bont, of er is een vlekje aan — als er allerlei vervelende dingen worden verteld is er vast wel iets van waar
- Oude koeien uit de sloot halen — Oude problemen die niet meer ter zake doen oprakelen
Vertalingen
Engelscow, bovine
Fransvache
DuitsKuh
Spaansvaca
Italiaansmucca, vacca
Portugeesvaca
Russischкорова
Chinees母牛
Japansウシ, ushi, 牛
Koreaans소
Arabischبَقَرَة
Turkssığır, inek
Poolskrowa
Zweedsko
Deensko
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek