koeboer
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- veehouder die koeien houdtToen een grote, blonde Amerikaanse kaas- en koeboer met de naam Brandstra trots vertelde over zijn Hollandse roots, vreesde Lips even de conclusie dat er sinds Kuypers' reis toch zo heerlijk weinig veranderd was in het plaatsje, maar dat bleek gelukkig voorbarig.Als je hem gepassioneerd over zijn erf en over zijn dieren hoort praten, lijkt koeboer Jose perfect gelukkig. Al mist hij wel een vrouw aan zijn zijde. Waar hij maar één ding van verlangt: dat ze zijn passievoor de boerderij en voor de koeien deelt.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek