knoflook
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) bepaald overblijvend bolgewas, uit de lookonderfamilie met samengevouwen bol en roze tot violette tweeslachgtige bloemen
- (kookkunst), (groente) delen van de bol van , met een indringende smaak en geurVan avocado en knoflook wordt guacamole gemaakt.En mengsel uit de middeleeuwen bestaande uit wijn, knoflook en maagzuur kan mogelijk helpen tegen de moderne MRSA-bacterie [http://www.nu.nl/wetenschap/4021862/middeleeuws-recept-helpt-wellicht-mrsa-bacterie.html www.nu.nl]
Etymologie
* Door l/n-wisseling (vgl. kluppel naast knuppel; Ndl. kluwen naast Dt. Knäuel) uit Middelnederlands cloflooc, cluflooc, samenstelling uit clof ‘kloof, spleet’ en looc ‘look’; zie verder kloof en look. Evenzo gevormd zijn Nederduits Knufflook, Knuuflook en Duits Knoblauch.
Vertalingen
Engelsgarlic
Fransail cultivé
DuitsKnoblauch
Spaansajo, ajo morado
Italiaansaglio
Portugeesalho
Russischчеснок
Chinees大蒜
Japansニンニク, タイサン
Koreaans마늘
Arabischثوم
Turkssarımsak
Poolsczosnek pospolity
Zweedsvitlök
Deenshvidløg
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek