knipperen
/ˈknɪpərə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) snel openen en sluiten, met name van de ogenHet plotseling doorbrekende zonlicht deed de kinderen knipperen met de ogen.
- (inerg) snel aan- en uitgaan van een lichtHet rode lampje knipperde en hij kreeg een zinkend gevoel dat er iets mis was.
- tweede betekenisomschrijvingZin met het knipperen in de tweede betekenis erin.
- enz.
Etymologie
*(freqtt) knippen
Vertalingen
Engelsblink
Fransclignoter, cligner
Duitsblinken
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek