knikken
/'knɪkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- een verticale beweging met het hoofd makenHij knikte een snelle groet in het voorbijgaan.Vriendelijk knikken we naar boer en de hond, die nog een laatste keer zijn tanden aan ons laat zien.Ik knikte en wees naar beneden in de richting van de groene plas.
- buigen van de knieënZe voelt haar knieën knikken en zoekt steun bij een stoel.
- (werktuigbouwkunde) hoekig buigen
Etymologie
* In de betekenis van ‘het hoofd heen en weer bewegen’ voor het eerst aangetroffen in 1300
Vertalingen
Engelsnod
Franshocher
Duitsnicken
Spaanscabecear
Zweedsnicka
Deensnikke
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek