knik
mannelijk (de)/knɪk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een snelle neerwaartse beweging met het hoofd als bevestiging of groetMet een knikje gaf hij het teken de deur in te rammen.
- een geknakte plekDe bochten in de pvc-buis zijn gebogen met behulp van een buigveer zodat er geen knikken zijn ontstaan.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek