kniehoogte
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ter hoogte van waar bij een gemiddeld mens de knieën zittenRoxane liep naar de strook muur tussen twee celdeuren, waar op kniehoogte grote schilfers van de oude bakstenen waren afgebrokkeld.
- ter hoogte van de knieën van een individuGa maximaal tot kniehoogte het water in, volg aanwijzingen van reddingsbrigade en hulpdiensten op
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek