knauwen
/ˈknɑuwə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) ~ op iets trachten door te bijtenDe hond knauwde op een bot.
- (inerg) inslikken van de uitgang -en in de uitspraak van een woord, met name in het Gronings
Etymologie
* van Middelnederlands "cnauwen", vermoedelijk een mengvorm van knagen en kauwen; in de betekenis van ‘sterk kauwen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek