kloosterzuster

vrouwelijk (de)/ˈklostərˌzʏstər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) vrouw die met andere vrouwen afgezonderd leeft om zich helammal aan haar godsdienst te wijden
    Aan de binnenkant van de kaft staat dat het boek „behoorde aan de eerbare vrouwe Angela van Vronensteijn” en dat het werd geschreven „op kosten van de eerbare vrouwe Anna van Oestrom, kloosterzuster in Oudwijk”.