kloosteroverste

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈklostərˌovərstə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep, religie (beroep) (religie) geestelijke die leiding geeft aan een instelling waarbinnen mensen zich terugtrekken om een godsdienstig leven te leiden
    Na acht jaar werd hij in 2002 benoemd tot kloosteroverste in de priorij van de abdij in Hierden.