kloosterkerk

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈklostərˌkɛrᵊk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde, religie (bouwkunde) (religie) een kerk die bij een klooster hoort
    In de kloosterkerk kun je vandaag luisteren naar liturgische gezangen.