klokken
Betekenis
werkwoord
- een tijd opnemenZij klokte een tijd van 2:14:34,34.
- een geluid voortbrengen dat als "klok" klinktDe kippen klokten opgewonden.Het water klokte toen de luchtbel ontsnapte.
- snel drinkenVoordat ik het wist kreeg ik een bierproeverijplank voor mijn neus met tien kleine bierglazen met verschillende soorten IPA. Deze kleine porties klokten we in een noodvaart naar binnen en ik bestelde meteen een aantal nieuwe planken proefglazen voor de hele tafel.
Etymologie
*Een klanknabootsend woord (onomatopee).
Vertalingen
Duitsblubbern, glucken, gluckern
Spaanscloquear
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek