Klokbeker

mannelijk (de)/'klɔgbekər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. archeologie (archeologie) een kenmerkende, klokvormige aardewerk beker uit de Klokbekercultuur (ca. 2500-1900 v.Chr.) in het laat-neolithicum en de vroege Bronstijd, genoemd naar de vorm die lijkt op een omgekeerde kerkklok, en die werd gebruikt voor huishoudelijke doeleinden en als grafgift bij de doden in grafheuvels