klets
mannelijk (de)/klɛts/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een klap met de open hand, als bestraffing of dreigement (op de broek, in het gezicht)
Etymologie
* In de betekenis van ‘tussenwerpsel: nabootsing van geluid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek