klapstuk
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) stuk rundvlees van de borst of klaprib zeer populair ingrediënt in hutspot en hete bliksem
- hoogtepunt van een vertoningDe spanning onder het publiek, dat in afwachting was van het klapstuk van de avond, was op haar hoogtepunt.
Etymologie
* In de betekenis van ‘vlees van de klapribben, de korte ribben van geslacht vee’ voor het eerst aangetroffen in 1746
Vertalingen
Engelsbrisket, highlight
Franspoitrine de bœuf, clou, apothéose
DuitsRinderbrust, Höhepunkt
Spaansfalda, mejor
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek