klapstoel

mannelijk (de)/ˈklɑpstul/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. stoel met opklapbare zitting
    Na lang zwoegen kreeg ik de klapstoel uitgeklapt.
    Iedereen was altijd dolblij om op een van zijn klapstoelen onder zijn luifel uit te rusten.

Vertalingen

Engelsfolding-chair
Fransstrapontin
DuitsKlappstuhl