klapper

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plantkunde, voeding (plantkunde) (voeding) een kokosnoot, de vrucht van de kokospalm (die zelf ook 'klapper' heet)
  2. een val waarbij men luidruchtig onzacht terecht komt
    Hij maakte een lelijke klapper en brak zijn been.
  3. een notitieblok dat men verticaal kan openklappen
    Ik heb dat nummer even in de klapper opgeschreven.
  4. succes
    De Rembrandt tentoonstelling was een grote klapper voor het Rijksmuseum.
  5. trefwoordenregister, index

Etymologie

*afgeleid van klappen

Vertalingen

Engelscoco-nut, cocoa-nut, cocoanut
Spaanscoco, coco de agua, coco fruto