klapper
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (plantkunde) (voeding) een kokosnoot, de vrucht van de kokospalm (die zelf ook 'klapper' heet)
- een val waarbij men luidruchtig onzacht terecht komtHij maakte een lelijke klapper en brak zijn been.
- een notitieblok dat men verticaal kan openklappenIk heb dat nummer even in de klapper opgeschreven.
- succesDe Rembrandt tentoonstelling was een grote klapper voor het Rijksmuseum.
- trefwoordenregister, index
Etymologie
*afgeleid van klappen
Vertalingen
Engelscoco-nut, cocoa-nut, cocoanut
Spaanscoco, coco de agua, coco fruto
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek