kokospalm

mannelijk (de)/ˈkokɔsˌpɑlᵊm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) een palm behorend tot de palmenfamilie ( of ) die tot 30 m hoog kan worden en 4-6 m lange bladeren heeft. Het endocarp van de vrucht, met de kiemopeningen, lijkt op het gezicht van een aap, die in het Portugees coco wordt genoemd

Vertalingen

Engelscoconut, coconut palm
Franscocotier
DuitsKokospalme
Spaanscocotero
Italiaanspalma da cocco
Portugeescoqueiro
Russischкокосовая пальма
Chinees椰子
Japansココナッツ
Arabischفارسی
Turkshindistan cevizi
Poolspalma kokosowa
Zweedskokospalm
Deenskokos