klapmuts

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈklɑpmʏts/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. roofdieren (roofdieren) bepaald soort zoogdier, , uit de familie van Zeehonden
  2. hoofddeksel (hoofddeksel) hoofddeksel met oorkleppen

Etymologie

**[1] omdat de voorflippers aan oorkleppen doen denken, in de betekenis van ‘zeeroofdier’ voor het eerst aangetroffen in 1843

Vertalingen

Engelshooded seal
Fransphoque à capuchon
DuitsKlappmütze
Russischхохлач
Zweedsklappmyts
Deensklapmyds