klakkebus

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈklɑkəˌbʏs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. speelgoed (speelgoed) buis waarmee je een prop of een papieren pijltje kunt wegschieten door er met kracht lucht in te persen
    Hoe werden de blaaspijpen nu genoemd? In Stavoren in Friesland spraken de kinderen van floeperbuis, in Leeuwarden waren pielkebuis, pielkebuus en pielkjebuis volop in gebruik (pylk is Fries voor ‘pijl’). In Den Briel mochten de jongeren graag pijleblaassie doen met hun pijle(n)buis of pijlebuisie, en in Vlaams-Brabant en Noord-Brabant zijn de woorden klakkebuis en klakkebus gesignaleerd.
  2. licht vuurwapen
    Als veteraan van de Grote Oorlog is hij Vlaams-nationalist en pacifist, hoewel hij zich in crisissituaties soms achter een wal van zandzakjes verschanst, helm op zijn kletskop, klakkebus in zijn pollen.
  3. verouderd (verouderd) vuurwerk dat een harde knal geeft
    {{ouds|1805
  4. schertsend (schertsend) licht geschut