kikkervisje

/ˈkɪkərˌvɪʃə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kikkers (kikkers) larve van de kikker of pad, in het stadium van uit het ei komen tot 6-9 weken; het bestaat uit een ovaalvormig lichaam en een lange staart en heeft alleen inwendige kieuwen

Etymologie

*[1] afgeleid van "kikkervis"

Vertalingen

Engelstadpole
Franstêtard
DuitsKaulquappe
Spaansrenacuajo
Italiaansgirino
Poolskijanka
Zweedsgrodyngel