ketelkoek
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) gerecht uit meel, melk en stroop, in een toegebonden zak of doek in de ketel gekookt
- (voeding) boerengerecht dat vooral als dessert wordt gegeten, in een blikken trommel of puddingvorm bereid
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek