kerkruimte
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ruimte geschikt voor het houden van een mis of eredienstDe bovengalerijen werden dichtgemetseld en in het oostelijk dwarsschip werd een provisorisch plafond aangebracht, waardoor een afgesloten ruimte ontstond die diende als kerkruimte voor zo'n 350 kerkgangers.De keizerin trok zich terug in een kapel die met tapijten behangen was, maar de prinses verkoos in de kerkruimte te blijven omdat het daar koeler was; en natuurlijk ook omdat zij van daaruit Tirant beter in het oog kon houden.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek