kerkorgel
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- pijporgel dat zich bevindt in een kerkgebouwMaar dat klopte toch ook met zijn diagnose? Als er één muziekinstrument aan tympanites leed was het wel de doedelzak. Ook de felheid waarmee de Dubbeldopers zich tegen het kerkorgel kantten werd hem nu klaar: voor hun eredienst hadden zij al een veel mooier muziekinstrument.Vleermuizenpoep maakt grondige opknapbeurt kerkorgel St.-Bavo nodig
Vertalingen
Engelschurch organ
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek