kerkmuur

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de hoge dikke muur van een kerk waar hoge ramen in zitten
    Het skelet lag begraven net naast de kerkmuren en dat wijst volgens de wetenschappers op een persoon uit hogere sociale kringen.de Telegraaf 13 jan. 2016
    Dit kerkje is ongeveer zevenhonderd jaar na Christus gebouwd door de Saksen, het materiaal is echter veel ouder. Het is namelijk opgetrokken uit de stenen van oude Romeinse gebouwen”, legt Baalham uit. „Dit zijn bijvoorbeeld oude dakpannen”, vertelt hij wijzend op een rode steen in de kerkmuur.de Telegraaf ETIENNE GOZEMS 11 jun. 2014
    Neem op dit mooie plekje even de tijd, want hier komt écht alles samen wat Noord-Limburg zo uniek maakt. De mooi gerestaureerde kasteelboererij, de stromende, kronkelende, in de lentezon glinsterende Grote Molenbeek; koeien weer in de wei en de majestueuze Johannes de Doperkerk als decor, waar tegen de kerkmuur wordt gekampeerd in grote tenten.de Telegraaf JOOP DUIJS 26 apr. 2014