kerkgoed
onzijdig (het)/ˈkɛrᵊkˌxut/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) eigendommen van een kerkgemeenschapMoet de inventaris van het kerkgoed mee naar de belastingdienst?
Etymologie
* (als in goederen)
Vertalingen
Engelschurch property
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek