kerker
mannelijk (de)/kɛrkər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een ondergrondse ruimte die bestemd is voor het opsluiten van gevangenenDe dief werd in de kerker geworpen.
Etymologie
*afgeleid van het Latijnse carcer (gevangenis)
Vertalingen
Engelsdungeon
Fransoubliette
DuitsKerker
Spaanscalabozo, mazmorra
Poolsloch
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek