kennis

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkɛnɪs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wat je weet of hebt geleerd
    Hij heeft veel kennis van biologie.
    In de wereld van Trump staan het verdraaien van de waarheid en het ontkennen van feiten centraal. En dus richt hij zijn pijlen op onderzoeksorganisaties die veel van die feitelijke kennis produceren.[https://www.parool.nl/columns-opinie/je-vraagt-je-af-wat-trumps-volgende-stap-is-in-de-ontkenning-van-wetenschappelijke-waarheden~b005a3e5/ www.parool.nl (25 apr 2025)]
    Leren geeft kennis, kennis geeft macht, macht om onafhankelijk te blijven.
zelfstandig naamwoord
  1. iemand met wie men bekend is
    Hij is een kennis van mij.

Etymologie

* van kennen

Uitdrukkingen

  • buiten kennisbewusteloos
  • bij kennisbij bewustzijn
  • Kennis van zaken hebbenvan iets veel weten
  • Kennis is machtveel weten kan veel invloed betekenen

Vertalingen

Engelsinformation, knowledge, acquaintance
Fransconnaissance, kennis
DuitsKenntnis, Wissen, bewusstlos
Spaansconocimiento, sabiduría, conocido
Italiaansconoscenza
Japans知識, ちしき, chishiki
Poolswiedza, znajomy