keilen
/ˈkɛilə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (sport) (inerg) ketsen, een steentje met een afgeplatte vorm scherend over een wateroppervlak gooien zodat het zo vaak mogelijk stuitertDe jongens vermaakten zich door met steentjes over de vijver te keilen.{{ouds
- (ov) gooien, smijtenWoedend keilde hij zijn leerboeken uit het raam.
- (ov) (figuurlijk) snel in grote hoeveelheid drinkenBij het achterover keilen van een biertje moet het hoofd even in de nek geworpen worden.
Etymologie
*van het Middelnederlands "keylen" "een werpspel"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek