katterigheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een vervelend lichamelijk gevoel dat kan ontstaan na overmatig alcoholgebruik
    Quispel had bij het ontbijt nooit iets anders gedronken dan een half flesje champagne tegen zijn katterigheid.
    Drie van de vier vrienden, onder wie Sebastiaan, rijden in dezelfde auto naar Amsterdam, om Sebastiaan af te zetten. Ze zitten meer dan tien uur met elkaar in de auto. Niemand voelt zich ziek, los van de gebruikelijke katterigheid na een week après-ski.
  2. een teleurgesteld gevoel dat ontstaat na aanvankelijke euforie
    Het enige wat bereikt wordt, is een tijdelijke illusie van verandering. Zie ook de mars der indignado’s naar Brussel die in volstrekte katterigheid verzandde.

Etymologie

* afleiding van katterig

Vertalingen

Engelshangover