katoenplant
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) een geslacht van circa veertig struiken uit de kaasjeskruidfamilie (). Het zijn eenjarige planten en overblijvende (half)struiken. De soorten komen wereldwijd voor in de (sub)tropen. De planten leveren de vezel voor het weven van katoen en uit de zaden wordt katoenolie geperstWetenschappers zijn er in geslaagd via genetische manipulatie katoenplanten te ontwikkelen met niet giftig zaad. Dit kan een belangrijk voedingsmiddel worden, meldt PNAS, het wetenschappelijk tijdschrift van de Amerikaanse akademie van wetenschappen. 20 november 2006
Vertalingen
Engelscotton plant
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek