katoen
onzijdig (het)/kaˈtun/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (textiel) een zachte vezel die uit de opperhuid (epidermis) van de zaden van de katoenplant groeitGerecycled katoen is volgens het onderzoek het beste voor het milieu (beter dan wol of zijde). De kleding wordt gemaakt van afgedankte stoffen, waardoor er niet opnieuw grondstoffen of gewassen gebruikt worden. [http://www.nu.nl/lifestyle/4165721/kleding-van-wol-en-zijde-slechtst-milieu.html www.nu.nl]
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘geweven stof’ voor het eerst aangetroffen in 1272
Uitdrukkingen
- Hem van katoen geven — Hard zijn best doen voor iets; fel tekeergaan en/of harde klappen uitdelen
Vertalingen
Engelscotton
Franscoton
DuitsBaumwolle
Spaansalgodón
Portugeesalgodão
Russischхлопок
Zweedsbomull
Deensbomuld
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek