kathedraal
mannelijk/vrouwelijk (de)/kɑtədral/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een hoofdkerk van een bisdomMijn zondagochtendlijke fietstochten leidden me de afgelopen jaren echter niet langer naar kerkgebouwen, maar ik voelde me steeds meer aangetrokken tot de natuur. Toen ik aan het lopen was, werden Yosemite en Kings Canyon mijn kathedralen.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘hoofdkerk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1875
Vertalingen
Engelscathedral
Franscathédrale
DuitsKathedrale
Spaanscatedral
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek